You are here

De uitstoot van verontreinigende stoffen die de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aantasten

paysage bruxellois

De menselijke activiteiten zijn de voornaamste bron van luchtverontreiniging in grote agglomeraties. De oorzaak ligt bij de werking van de stad, de bevolkingsdichtheid, de ontwikkelde activiteiten, de verplaatsingen. Ook al is de situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet even alarmerend als in andere Europese metropolen, toch is ze zorgwekkend.

De voornaamste bronnen van verontreinigende emissies zijn:

  • verbranding in woon- en tertiaire gebouwen (verwarming, sanitair warm water en koken);
  • wegtransport;
  • huishoudelijk gebruik van solventen;
  • installaties voor de productie van energie (huisvuilverbrandingsoven, warmtekrachtkoppelingsinstallaties).

Elk jaar stelt het Gewest een inventaris op van de emissies van luchtverontreinigende stoffen. Dit is een databank met de emissies van een twintigtal geïnventariseerde verontreinigende stoffen, voor de periode van 1990 tot 2018. De laatste versie van de inventaris van de luchtverontreinigende emissies (LRTAP) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is online beschikbaar.

De verontreinigende stoffen in detail

In 2018 zijn de voornaamste verontreinigende stoffen die de luchtkwaliteit beïnvloeden:

  • stikstofoxiden (NOX);
  • zwaveloxiden (SOX);
  • niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS);
  • fijn stof (PM2,5).

De voornaamste bronnen van NOX-emissies in 2018 zijn het wegtransport (63%) en de verbranding in residentiële en tertiaire gebouwen (24%). De energieproductie stoot 6% uit en de categorie ‘Overige’ 8%.

De voornaamste bronnen van SOX-emissies zijn de verbranding in woon- en tertiaire gebouwen (90%) en de energieproductie-installaties (6%). Het wegtransport stoot 1% uit en de categorie ‘Overige’ 2%.

De NMVOS-emissies zijn voornamelijk afkomstig van industriële processen (ontvetten, voedingsindustrie, carrosseriebehandeling enz.) en van het huishoudelijke gebruik van schoonmaakproducten, cosmetica, parfums, verven enz. (65%). Andere sectoren die NMVOS-genereren sectoren zijn het wegtransport (15%) en de verwarming van gebouwen (12%). De categorie ‘Overige’ vertegenwoordigt 7% van de emissies.

De verbranding in woon- en tertiaire gebouwen is de voornaamste bron van PM2,5-emissies (33%), gevolgd door het wegtransport (29%). De industriële processen en het gebruik van producten stoten 22% uit, waarvan 20% overeenkomt met het tabaksverbruik. Het afvalbeheer (exclusief energieterugwinning) vertegenwoordigt 11% van de emissies. De energieproductie stoot 2% uit en de categorie ‘Overige’ vertegenwoordigt 4% van de PM2,5.

De voornaamste bronnen van NOX-emissies in 2018 zijn het wegtransport (63%) en de verbranding in residentiële en tertiaire gebouwen (24%). De energieproductie stoot 6% uit en de categorie ‘Overige’ 8%.

De voornaamste bronnen van SOX-emissies zijn de verbranding in woon- en tertiaire gebouwen (90%) en de energieproductie-installaties (6%). Het wegtransport stoot 1% uit en de categorie ‘Overige’ 2%.

De NMVOS-emissies zijn voornamelijk afkomstig van industriële processen (ontvetten, voedingsindustrie, carrosseriebehandeling enz.) en van het huishoudelijke gebruik van schoonmaakproducten, cosmetica, parfums, verven enz. (65%). Andere sectoren die NMVOS-genereren sectoren zijn het wegtransport (15%) en de verwarming van gebouwen (12%). De categorie ‘Overige’ vertegenwoordigt 7% van de emissies.

De verbranding in woon- en tertiaire gebouwen is de voornaamste bron van PM2,5-emissies (33%), gevolgd door het wegtransport (29%). De industriële processen en het gebruik van producten stoten 22% uit, waarvan 20% overeenkomt met het tabaksverbruik. Het afvalbeheer (exclusief energieterugwinning) vertegenwoordigt 11% van de emissies. De energieproductie stoot 2% uit en de categorie ‘Overige’ vertegenwoordigt 4% van de PM2,5.

Date de mise à jour: 28/09/2020