You are here

De natuur nodigt je uit om haar te ontdekken

Van jongs af aan hebben we onze grenzen verlegd om de wijde wereld om ons heen te ontdekken en onze eigen weg te vinden. Het vreemde is dat hoe meer onze blik zich verwondert over het grote en het verre, hoe meer het kleine en het nabije aan belang lijken te verliezen.

Maar je hoeft slechts naar kinderen te kijken om weer te beseffen dat elke plas water, elke stofwolk of het kleinste hoopje zand een wereld op zich is. Een wereld waarin we een stukje leven kunnen ontdekken dat zindert, dat zich een weg zoekt, dat rondtast – maar ook zijn metgezel de dood, die onvermijdelijk deelneemt aan de cyclus van de seizoenen. Een wereld die we kunnen beschouwen, verkennen en zelfs vormgeven. Een wereld die ons vreugde en verdriet laat beleven, verveling en opwinding, moed en angst, woede en betovering.

Ik stel daarom voor deze kleine werelden als inspiratiebron te gebruiken om het leren weer betekenis te geven en het stevig in ons te verankeren.

Ik stel voor dat we ons door de natuur laten inspireren in plaats van ons door het schoolprogramma te laten dicteren.

Laten we de uitdaging aangaan om het verband te ontdekken tussen wat de natuur ons biedt en wat het ministerie van onderwijs ons oplegt.

Een grote uitdaging, zeker, maar we moeten ze aangaan om respectvolle, zinvolle en welwillende manieren te vinden om met de mensen en het milieu rondom ons om te gaan.

"Leren in de natuur" is op de eerste plaats een ingesteldheid die je met vertrouwen moet aandurven:

  • Vertrouwen in de natuur en alles wat zij aan leerstof te bieden heeft.
  • Vertrouwen in de kinderen en hun grenzeloze nieuwsgierigheid, die hen zal aanzetten om die leerstof te ontdekken.
  • En ten slotte vertrouwen in onszelf als leerkrachten en begeleiders, die de leerstof kunnen ontleden en ontwikkelen, om nog meer te leren en de schatten van de natuur aan de onderwijsdoelen te koppelen.

"Leren in de natuur" vergt een beetje moed, want je moet ook durven loslaten. Dat zal ons de vrijheid bieden om vragen te stellen en ontdekkingen te doen die in de loop van de tijd met elkaar verweven zullen raken en uiteindelijk zinvol zullen blijken, misschien zelfs meer dan we hadden verwacht.

Deze filosofie zal waarschijnlijk niet volstaan als enige bagage om erop uit te trekken, maar ze is wel ons vertrekpunt. Om alle mogelijkheden om buiten te leren te benutten, moet je een en ander organiseren. Betrek de leerlingen erbij, maak hun omgeving bewust, zorg voor basismateriaal, stel het Charter Buitenleren op en vergeet vooral het logboek niet (zie Deel III). In dat logboek noteren we de observaties, opmerkingen, vragen en uitvindingen van de kinderen, de spontane activiteiten en de antwoorden die onderweg worden gevonden. Het logboek zal ons in staat stellen om de buitenles te koppelen aan de onderwijsdoelen.

Want terwijl Archimedes mijmert bij de vijver, scant Marie Curie de grond met een geigerteller, droomt Isaac Newton weg bij vallende appels, kijkt Pythagoras naar een omgevallen boom en observeert Gregor Mendel met verbazing de kleur van erwtenbloesem. De letters spelen verstoppertje in de bomen, terwijl de werkwoorden zich vervoegen op de maat van de seizoenen. Simone de Beauvoir en Olympe de Gouge voeren een levendige discussie terwijl ze de ijverige bijen observeren. De Aarde laat de Zon niet los, die met haar prachtige lichtspel Dora Maar doet huiveren en Bob Marley aan het zingen brengt.

De wereld buiten is oneindig rijk en wij moeten de sleutels aanreiken om de gedane ontdekkingen te ontwikkelen, te structureren en te delen, zodat ze wortel schieten en zinvol worden in het lange leerproces. In Deel II zullen we een aantal wetenschappelijke studies bekijken om te begrijpen hoe en waarom het buitenleren zo gunstig is voor zowel leerkrachten als leerlingen.

Isabelle Vermeir, namens het team "Leren in de natuur"

Date de mise à jour: 28/09/2020